logo

Kleurenschema: blauw - grijs


Vertrouwensregel

Geschreven op 2003-11-17 in opdracht voor het vak Politiek Debat aan de Haagse opleiding politicologie van de Universiteit Leiden, waar we les kregen van G.J. Schutte, voormalig kamerlid namens het GPV.

Vertrouwensregel versus ministeriële verantwoordelijkheid

Een minister is verantwoordelijk voor alle werkzaamheden, handelingen en dergelijke van de ambtenaren die onder zijn beleidsterrein vallen. Dat geldt voor de ambtenaren van zijn departement, maar ook voor zelfstandige bestuursorganen die onder zijn ministerie vallen.

"De minister" is hier een instituut, geen persoon. Een minister kan zich gedwongen zien af te treden omdat het beleid van zijn voorganger ontoereikend blijkt. Politieke verantwoordelijkheid is geen juridische verantwoordelijkheid. Er zijn geen strak omschreven regels mogelijk om te omschrijven wanneer een minister fout handelt en wanneer niet.

De vertrouwensregel stelt dat een minister het vertrouwen van het parlement moet genieten. Dit vertrouwen is impliciet aanwezig totdat het parlement dit vertrouwen expliciet opzegt. (Minister Sorgdrager handelde onjuist door het expliciete vertrouwen van de Tweede Kamer te vragen.)

Verlies van vertrouwen

De volksvertegenwoordiging kan het vertrouwen in een minister opzeggen. Ook kan de minister zelf besluiten zijn portefeuille beschikbaar te stellen. Een aantal redenen hiervoor worden hieronder opgesomd.

Herstel van vertrouwen

Door het ontslag van een minister kan ook een zweepslag gegeven worden aan het ambtelijk apparaat. Immers, de minister was verantwoordelijk voor zijn ambtenaren, en met het afkeuren van de minister wordt ook het ambtelijk apparaat veroordeeld. Een nieuwe minister kan meteen beginnen met schoon schip maken.

Ook de burger wordt gerust gesteld als hij ziet dat de overheid fouten erkent en de politiek verantwoordelijke heenzendt.

Verwijtbaarheid

Soms is het lastig te bepalen of een minister wel of niet het vertrouwen van de volksvertegenwoordiging zou moeten verliezen. Kan een minister wel altijd verantwoordelijk gehouden worden voor al het optreden van de soms duizenden ambtenaren die onder hem geplaatst zijn? Hoewel politiek formeel de minister altijd verantwoordelijk is, wordt de minister in de praktijk niet altijd verantwoordelijk gehouden. Het nadeel daarvan is dat niemand dan nog politieke verantwoording draagt. Het voordeel is pragmatisch: goede ministers zouden wel erg snel verdwijnen nu de departementen zo groot zijn geworden. Daarom zien we een opkomst van het begrip "verwijtbaarheid". Vaak is een minister wel verantwoordelijk voor fouten, maar ontstonden de fouten buiten zijn beleidslijnen en zijn controle en is hij dus niet verwijtbaar.

Ook kan het voorkomen dat een minister op een bepaald terrein geen bevoegdheden heeft. Dat is zelden een excuus: vaak kan een minister zichzelf zulke bevoegdheden toe-eigenen.

Keten van verantwoordelijkheid

Verder wordt er soms gewezen op een "keten van verantwoordelijkheid". De verantwoordelijkheid zou dan collectief zijn en niet slechts één persoon betreffen. Al snel is niemand dan nog echt verantwoordelijk en verlies de verantwoordelijkheid zijn adres.

Sorry

Het kan ook voorkomen dat een minister aanblijft onder het motto "niet aftreden maar optreden". Alleen als er dan stevig wordt opgetreden kan het vertrouwen hersteld worden.

Een simpel "sorry" is dan voldoende. Het was niet echt zijn fout, maar de minister zegt namens de ambtenarij sorry en belooft op te gaan treden. Dit wordt ook wel de "sorry-cultuur" genoemd.

Bronnen